27 maart 2019 |
0
3

Cis Suijs, Vlijmense verzetsstrijdster?

foto hierboven:

Cis Suijs, net teruggekeerd in Vlijmen na meer dan een jaar gevangenschap, in kampkleding. (foto collectie Hans Suijs)

Op de redactie van HalloHeusden kwam enige tijd geleden een persbericht binnen: het ging over een expositie in de bibliotheek van Vlijmen naar aanleiding van het leggen van een drietal struikelstenen ter nagedachtenis van uit Vlijmen gedeporteerde en door de nazi’s in de oorlog vermoorde Joden. Terloops werd ook de naam ‘Cis Suijs, verzetsheldin uit Vlijmen’ genoemd.

Cis Suijs, verzetsheldin uit Vlijmen?

Hier hadden we nog nooit van gehoord, een verzetsheldin uit Vlijmen. Dan zou er toch zeker wel een straat naar haar vernoemd zijn? Het intrigeerde de redactie bijzonder, en dus werd er op onderzoek uitgegaan. Allereerst werd er maar eens gekeken in de talloze boekjes over historisch Vlijmen en in het bijzonder in het in 1984 uitgegeven boekje ‘Vlijmen in de Tweede Wereldoorlog’.
Geen enkele aanwijzing voor een Vlijmense verzetsheldin werd er gevonden, en ook al niet in het een jaar later uitgegeven ‘Veertig jaar Bevrijding’. Ook in de historische kranten van de Koninklijke Bibliotheek kwam de naam Suijs helemaal niet voor in en rond de Tweede Wereldoorlog. Maar na nog wat zoekwerk werd er een artikel in het Algemeen Dagblad van 30 april 2018 gevonden: “Gouwenaar schrijft boek over 652 vrouwen in kamp Ravensbrück”.

Prominent boven het artikel stond een foto van – jawel – Cis Suijs, poserend in kampkleding, met als ondertitel ‘Cis Suijs, de tante van Hans Suijs, uit het Noord-Brabantse Vlijmen. Toen ze in Ravensbrück werd bevrijd, woog ze nog maar 35 kilo’.

 Dus toch!

Het artikel vertelde dat de in Vlijmen geboren Hans Suijs, zoon van een broer van Cis Suijs, bezig was aan een boek over de lotgevallen van 652 vrouwen, die toen Brabant bijna bevrijd was, op 6 september 1944 vanuit kamp Vught naar Ravensbrück waren getransporteerd. Deze vrouwen waren allen door de Duitsers opgepakt en naar Kamp Vught gebracht, omdat ze koerierster waren voor het verzet of Joden hadden geholpen. Ook zijn tante Cis behoorde tot deze vrouwen. Hans Suijs was aan de klus begonnen het lot van deze vrouwen in beeld te brengen, omdat hij graag wilde weten wat zijn tante in de laatste maanden van de oorlog had meegemaakt.

Na nog wat speurwerk werd Hans Suijs gevonden. Hans bleek de zoon te zijn van Cis’ broer Herman, die aan het eind van de oorlog overleed.

Hij stuurde mij stukken uit het boek. Hieronder volgen een aantal fragmenten:

(fragment 1 ingekort):

“ Vanaf circa 1975 heb ik systematisch gepoogd er achter te komen wat er allemaal gebeurd is in de laatste jaren van de oorlog. Dat lukte om meerdere redenen niet. De belangrijkste reden was het zwijgen van zowel mijn tante Cis als mijn moeder over deze periode”.

“Ze was actief in het verzet”, maar bij wat voor activiteiten ze betrokken was, bleef onduidelijk.

“Ze hadden onderduikers in huis”, maar wie of wat voor soort was onbekend.

“Ze zou vervalste identiteitsbewijzen in huis hebben gehad bij haar arrestatie”, maar of deze bedoeld waren voor verzetsmensen, of voor mensen die de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Nazi-Duitsland) wilden ontlopen, dan wel of het iets met distributiebonnen te maken had, werd niet verteld.

“Na haar arrestatie zou ze in Haaren, Ravensbrück en Dachau hebben gezeten”, maar over haar verblijf in Ravensbrück waren geen bijzonderheden bekend. Over Dachau werd verteld dat ze daar dwangarbeid in een fabriek had gedaan.

“Ze heeft vreselijke bombardementen meegemaakt”. Maar wie in Duitsland had dat niet aan het eind van de oorlog?

“Jaarlijks kwamen een aantal kampgenoten bij haar bijeen, omdat ze dat elkaar bij een zwaar bombardement hadden beloofd”. Het bestaan van die bijeenkomsten heb ik zelf ervaren. Het was een vaste regel dat wij op de eerste zondag van mei nooit naar haar toe mochten, omdat ze die dag alleen met haar vroegere medegevangenen wilde zijn. Haar man en kinderen – ze trouwde 10 jaar na de oorlog met een weduwnaar met kinderen – waren die dag ook elders bij familie of kennissen ondergebracht. Samengevat: Ze had zich in de ogen van de Duitsers misdragen, was gearresteerd (datum onbekend), had in kampen gezeten en was min of meer heelhuids teruggekomen (datum onbekend), keek één keer per jaar nog eens achterom naar die nare periode, vervolgde haar leven en sprak er verder niet meer over.

(einde fragment 1)

Maar wat weten we nu werkelijk?

Door een toevalstreffer kreeg Hans in februari 2015 een klein stukje informatie te pakken en daarop bouwde hij verder.……..

Cis Suijs (ook wel Ciske of Ciska genoemd) werd als oudste van de vier volwassen geworden kinderen van Jan Suijs en Johanna Broeren in Vlijmen geboren op 21 december 1907. (Een tweeling geboren in 1913 werd maar een half jaar oud). Haar ouders overleden relatief vroeg, moeder Johanna overlijdt in 1934 op 57-jarige leeftijd en vader Jan in 1942 op 66-jarige leeftijd. Vader Jan kwam uit een Tilburgse kleermakersfamilie en vestigde zich in 1901 als kleermaker in Vlijmen (Akkerstraat B174, later werd dit B187).
Zus Dré werd geboren op 27 mei 1909, broer Herman, die net als zijn vader ook kleermaker werd, op 18 augustus 1911 en broer Cor op 19 mei 1916.

Cis was coupeuse in het bedrijf van haar vader. Dré was werkzaam als kantoorbediende en Cor studeerde muziek in Utrecht en werd na de oorlog organist en koordirigent in Boxtel

 

Cis Suijs, haar zus Dré en broer Cor woonden tijdens de oorlog in Vlijmen in het linkse deel van het ouderlijk huis aan de Akkerstraat. In het rechtse deel van het huis woonde hun broer Herman, die in 1941 trouwde met Nel Rabou. Herman en Nel kregen in 1943 een zoon Hans. De tweede zoon Herman werd kort na de bevrijding in 1945 geboren.
Broer Herman mocht zich niet actief met het verzet bemoeien van zijn zussen, maar hij mocht wel lid worden van de Orde Dienst (OD). De OD werd tijdens de oorlog opgericht met als doel na de bevrijding belangrijke gebouwen en personen te bewaken, de orde te handhaven, eventuele NSB-ers en collaborateurs op te pakken en ook om een ‘bijltjesdag’ te voorkomen. (Eind augustus 1944 werd de OD omgedoopt in Binnenlandse Strijdkrachten).

Wat de rol van Cis in het verzet precies was is goed geheim gebleven en feitelijk niet meer te achterhalen. Zelf wilde ze niet meer kwijt dan Koerierster (na de oorlog schreef ze ‘koeriersdiensten’ op een formulier van het Rode Kruis)

Op 2 maart 1944 wordt Cis door de Duitse SD (SicherheitsDienst, de inlichtingendienst van Nazi-Duitsland) gearresteerd, samen met Michiel Mommersteeg, die al snel weer vrijgelaten wordt. Zij zou koeriersdiensten verleend hebben aan het verzet en in het bezit zijn geweest van valse persoonsbewijzen. Ook zouden er leden van een verzetsgroep uit Tilburg (die jodenjager opperwachtmeester Piet Gerrits zouden willen liquideren) bij haar ondergedoken gezeten hebben. Door de arrestatie van verzetsmensen die Piet Gerrits wilden liquideren, is de SD vermoedelijk op het spoor van Cis gekomen.

Cis wordt overgebracht naar kamp Haaren, dat door de SD van 1941 tot en met 1944 in gebruik was als gijzelaarskamp en huis van bewaring. De Duitsers noemden dit kamp de Polizeigefängnis und Untersuchungs Gefängnis Haaren en ook wel Das Sanatorium. Het was gevestigd in het grootseminarie in Haaren. Op 27 juni 1944 wordt Cis vervolgens overgebracht naar een ziekenhuis in Vught, waarschijnlijk het Revier, een klein ziekenhuis in kamp Vught.

Als in september 1944 de geallieerde troepen concentratiekamp Vught lijken te naderden, wordt het kamp ontruimd. (De geallieerden bereikten kamp Vught uiteindelijk pas in december 1944).

Ongeveer 650 vrouwen in Vught werden op transport gesteld naar Ravensbrück. Deze vrouwen, waaronder Cis verlieten Vught op 6 september 1944 en kwamen op 8 september 1944 in Ravensbrück aan. Ravensbrück was een concentratiekamp voor voornamelijk vrouwen, en lag in de buurt van Fürstenberg-Havel, vijfentachtig kilometer ten noorden van Berlijn. De vrouwen in dit kamp werden ingezet als dwangarbeider, maar sommigen werden ook onderworpen aan medische experimenten.

Een groot gedeelte van de vrouwen afkomstig uit kamp Vught ging al snel verder naar buitencommando’s van kamp Ravensbrück of werd op transport gesteld naar andere concentratiekampen. Ongeveer 200 Nederlandse vrouwen, waaronder Cis Suijs, gingen naar München. Dit transport verliet Ravensbrück op 12 oktober 1944 en kwam op 15 oktober in München aan.

Kamp Vught: Dit was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige SS-concentratiekamp buiten Duitsland en het door Duitsland geannexeerde gebied, en opgezet naar het model van andere kampen in nazi-Duitsland. Het kamp viel rechtstreeks onder het commando van het SS-hoofdkantoor in Berlijn. (foto particulier archief)

De vrouwen die naar München vertrokken, zouden dwangarbeid gaan verrichten in een Aussenlager (buitencommando) van Dachau. Het concentratiekamp Dachau was het eerste grootschalig opgezette concentratiekamp van de SS in Nazi-Duitsland. De SS (SchutzStaffel, in het Nederlands: beschermingsafdeling) was oorspronkelijk de persoonlijke lijfwacht van Adolf Hitler. De groepering groeide uit tot wat de Nazi’s beschouwden als een elite-eenheid.

Het kamp lag ten oosten van de Zuid-Duitse stad Dachau, ongeveer 20 km ten noordwesten van München, de hoofdstad van de nazibeweging. Het nazi-regime presenteerde het als een voorbeeldkamp en als afschrikking voor politieke andersdenkenden. Dachau was voornamelijk een oefenterrein voor SS-bewakers en SS-leidinggevenden die later onder andere in de vernietigingskampen ingezet werden. Dachau als zodanig was geen vernietigingskamp, maar toch werden er in Dachau meer politieke gevangenen vermoord dan in welk ander kamp dan ook. Dachau had 169 buitencommando’s en leverde arbeidskrachten aan 197 firma’s, vooral in de wapenindustrie. Gerenommeerde bedrijven als BMW en Messerschmitt maakten gebruik van deze goedkope krachten. Veel dwangarbeiders stierven door honger en uitputting. Cis komt bij AGFA in München terecht.

Het buitencommando waar Cis deel van uit maakte bestond uit 193 Nederlandse vrouwen en ongeveer 50 vrouwen uit Oost- en Zuidoost-Europa. De groep uit Vught bestond grotendeels uit ‘Bossche vrouwen’ die in de Michelin-fabriek in ’s-Hertogenbosch te werk waren gesteld en daar samen ondergebracht waren. Van zes vrouwen is bekend dat ze in de strafgevangenis Haaren waren en daarvan waren er drie ter dood veroordeeld. Waar Cis na opname in het Vughtse kampziekenhuis is terechtgekomen, is niet bekend: Michelin, Philips of elders?

De ongeveer 200 Nederlandse vrouwen die naar München gingen konden achteraf gezien van geluk spreken. Ze kregen hier heel wat te verduren, maar de ongeveer 350 Nederlandse vrouwen die in Ravensbrück achterbleven of naar Reichenbach (circa 50) en Horneburg (ook circa 50) gingen hebben het slechter gehad. Twee vrouwen zijn in München gestorven. Dat zijn er twee teveel, maar onder de vrouwen die ondergebracht werden in andere kampen zijn veel meer slachtoffers te betreuren. Kenmerkend voor de groep vrouwen in München-Dachau was de solidariteit en de wil tot overleven. Velen kenden elkaar al vanaf Den Bosch. Het motto van het Vrouwen Comité Dachau was dan ook: “Met ere samen overleefd, steeds eensgezind gebleven”. Het waren zonder uitzondering sterke vrouwen, die bepaald niet bang waren uitgevallen. Toen zij het concentratiekamp Ravensbrück binnen marcheerden zongen ze strijdliederen, en moesten ze met stokslagen tot stilte gebracht worden.

De vrouwen werden in München-Giesing, een voorstad van München op ongeveer 23 kilometer van Dachau, tewerkgesteld in een fabriek van AGFA Kamerawerke (indertijd een onderdeel van IG Farben). Dit werd het AGFA-commando genoemd, een buitencommando van concentratiekamp Dachau, dat gebruikt werd voor de productie van wapenonderdelen. Gemiddeld waren in het kamp ruim vijfhonderd vrouwen geïnterneerd. De gevangenen assembleerden ontstekingen voor granaten, die werden ingezet door het Duitse luchtafweergeschut en onderdelen voor V1- en V2- raketten. Een bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van de ‘AGFA-vrouwen’ is de door hen geïnitieerde staking. In januari 1945 werd het de vrouwen namelijk te bar. De rantsoenen waren volstrekt ontoereikend terwijl de fabrieksleiding de productie wilde opvoeren. De vrouwen legden spontaan het werk in de fabriek neer, wat een unieke daad van verzet in de geschiedenis van de concentratiekampen is. Het is waarschijnlijk de enige werkonderbreking ooit in een concentratiekamp! Er werd gedreigd met doodschieten, maar zover kwam het niet. De productie van de fabriek werd op 23 april 1945 stilgelegd en de gevangenen werden geëvacueerd. Het kamp werd op 30 april bevrijd door het Amerikaanse leger.

Aan het einde van de oorlog vonden er nog meer gebeurtenissen plaats, waaruit de uitzonderlijke moed van de vrouwen bleek. In de AGFA-fabriek werden ‘Zünder für Flakgranaten’ geproduceerd, onderdelen voor de V-1 en V-2 en een uurwerk dat het tijdpunt voor de ontploffing van luchtafweergranaten bepaalde. De vrouwen saboteerden deze onderdelen onopgemerkt door de mechanismen verkeerd af te stellen. Misschien een rare gedachte: het zal toch niet zo zijn, dat er vanwege deze sabotage of sabotage elders V-1’s boven Vlijmen naar beneden gekomen zijn? Dat zou wel heel wrang zijn!

Het wooncomplex waar de vrouwen verbleven was omheind met prikkeldraad en voorzien van vier wachttorens. De vrouwen in München leefden in angst voor bombardementen, ziektes en de dreiging om naar Ravensbrück teruggestuurd te worden. Bij luchtaanvallen tijdens werktijd werden ze in de fabriek opgesloten. Er was geen toegang tot een echte schuilkelder, maar er werd in de kelder van de fabriek geschuild. Vanaf november 1944 vonden de luchtaanvallen meestal ’s nachts plaats. Dan schuilden de vrouwen in het souterrain van hun ‘lager’. Maar de strijdende legers naderden en het werd slechter en slechter. Dertien zware bombardementen op München maakten de vrouwen uiteindelijk mee, terwijl de honger toe- en de krachten afnamen.

Vanaf eind 1944 werd nazi-Duitsland steeds verder ingesloten door de geallieerden. Vanuit het oosten rukte de Sovjet-Unie sterk op en in het westen onder meer de Amerikanen, Britten en Canadezen. Omdat de geallieerden steeds dichter bij de concentratiekampen kwamen, wilde de SS de sporen naar deze kampen en de Holocaust uitwissen en besloten de nog levende gevangenen uit de kampen te halen.
Om de gevangenen uit deze kampen weg te krijgen, bedacht de SS de dodenmarsen, een gedwongen verplaatsing, geheel of deels te voet, onder levensbedreigende omstandigheden. Maar voordat het zover was, werden al duizenden gevangenen verhongerd, doodgeschoten of vergast of kregen een dodelijke injectie toegediend.

Door de miserabele omstandigheden en het gewelddadige optreden van bewakers kwam ongeveer een kwart miljoen mensen tijdens de dodenmarsen om het leven.

Ook de vrouwen van het AGFA-commando werden geëvacueerd. Hun mars begon op 27 april 1945 en ging van München-Giesing naar het Zuiden. Ze stranden tenslotte in Wolfratshausen, ongeveer 35 kilometer ten zuiden van München. Daar komen ze op 29 april aan bij boerderij Walserhof, waar ze een dag later door de Amerikanen bevrijd worden.

Op 4 mei begint dan de reis terug naar huis. Via Föhrenwald (Tirol, Oostenrijk), een concentratiekamp dat door het Amerikaanse leger ondertussen was ingericht als vluchtelingenkamp, gaat het via Zwitserland (Sankt Margarethen), Frankrijk (Lyon) en België (Mons, Brussel) naar Nederland (Oudenbosch), waar Cis ernstig ondervoed (ze weegt nog maar 35 kilo!) op 21 mei 1945 aankomt. Een dag later reist ze naar huis.

(fragment 2: )

Reisschema van Cis Suijs (groep AGFA-Kommando):

Het reisschema van Cis Suijs en de bijna 200 Nederlandse vrouwen die In München in het AGFA-Kommando werkzaam zijn geweest is als volgt:

Van Naar  

Via

 

Vervoer-middel

vertrek van naar aankomst
02-03-1944 Vlijmen Haaren 02-03-1944 Den Bosch auto
27-06-1944 Haaren Vught 27-06-1944 onbekend
06-09-1944 Vught Ravensbrück 08-09-1944 Berlin goederenwagon of veewagon?
12-10-1944 Ravensbrück München 15-10-1944 Berlin goederenwagon
27-04-1945 München Giesing Wolfratshausen 29-04-1945 Grünwald? En Egling? te voet
30-04-1945 BEVRIJDING
04-05-1945 Wolfratshausen Föhrenwald 04-05-1945 trucks US Army
15-05-1945 Föhrenwald Skt Margarethen Zwitserland 15-05-1945 witte

vrachtwagens

Rode Kruis

17-05-1945 Skt Margarethen

Zwitserland

Sathonay, nabij Lyon (Fr) 17-05-1945 Bern,

Geneve

trein
18-05-1945 Lyon (Fr) Mons (B) 18-05-1945 trein
19-05-1945 Mons (B) Brussel 19-05-1945 trein
21-05-1945 Brussel Oudenbosch (NL) 21-05-1945 Roosen-daal trein
22-05-1945 Oudenbosch ’s-Hertogen-bosch 22-05-1945 Eindhoven trein

(einde fragment 2)

Hoe was de thuiskomst in Vlijmen?

In Vlijmen aangekomen zal Cis verrast zijn door de verwoestingen die de V-1’s hebben aangericht en onder andere ook haar (ouderlijk) huis hebben weggevaagd. Maar meer nog door het verlies van haar broer Herman. Deze heeft zich in het najaar van 1944 aangesloten bij de OD (Ordedienst). Nadat het zuiden van Nederland is bevrijd, verleent Herman in dienst van de OD hulp aan de geallieerden, door als chauffeur op te treden voor een Britse officier.

(fragment 3: )

De Duitsers trekken zich via Heusden over een pontonbrug terug naar de Noordkant van de Maas. In de nacht van 4 op 5 november blazen de terugtrekkende Duitse troepen het stadhuis van Heusden op waarbij 136 inwoners, die er hun toevlucht hebben gezocht, omkomen.

Een paar dagen later op 6 en 7 november worden respectievelijk een Britse korporaal van de MP (J. Steele, corps of Militairy Police, 6 november 1944, oud 29 jaar) en een soldaat (W. O’Brien van The Queens Royal regiment, 7 november 1944, oud 29 jaar) gedood door Duitse infiltranten. De Duitsers steken na de bevrijding van Brabant regelmatig in rubberbootjes de Maas over om de paraatheid van de Engelse troepen te testen. Het ligt zelfs in de bedoeling van de Duitsers om een tegenaanval te doen en Breda te heroveren ten tijde van het Ardennenoffensief in december 1944. Hun uiteindelijke doel is de haven van Antwerpen. De twee militairen liggen begraven op het RK kerkhof te Vlijmen. Geen wonder dat Britse patrouilles hierna geen enkel risico nemen en zeer op hun hoede zijn.

(einde fragment 3)

Op 26 november 1944 rijdt Herman in een gevorderde wagen met een lading serviesgoed van het onderkomen van de OD naar Vlijmen. Het is dan na spertijd. Hij passeert een Engelse patrouille en mist waarschijnlijk een sommatie om te stoppen, waarna de Engelsen een nieuwe infiltratie vrezen en onmiddellijk het vuur openen op de wagen. Herman raakt ernstig gewond nadat een kogel hem in een zijn long heeft geraakt. Hij wordt onmiddellijk naar het militair hospitaal in Goirle vervoerd, omdat alleen daar de middelen voorhanden zijn die zijn leven nog kunnen redden. Hij wordt de volgende dag, 27 november, nog geopereerd, maar de geboden hulp mag niet meer baten. Hij bezwijkt later die dag aan zijn verwondingen. Herman is 33 jaar geworden en wordt thuis in Vlijmen begraven.

(fragment 4:)

Vlijmen ligt precies in de baan van de V1’s die vanuit Noord-Oost Nederland op Antwerpen werden afgevuurd. Zodra de motor stopt, zweeft de V-1 nog korte tijd verder en valt dan ineens als een baksteen omlaag. Soms komen er 2 tot 4 vliegende bommen per uur over Vlijmen. Er zijn nachten dat er zo’n 80 stuks overvliegen. Op 2 januari 1945 valt weer eens zo’n bom op het Akkerpad, een straatje achter de huizen van de Akker, waar de familie Suijs woont. Van het huis en de huisraad blijft niet veel over.

Niemand is dan thuis. Cis Suijs zit op dat moment in het Aussenlager van Dachau (AGFA-Kommando), Dré Suijs is vermoedelijk ergens ondergedoken. Mijn moeder is met mij, bang geworden door de Duitse infiltraties en de V1’s, naar haar ouders in de stad ’s-Hertogenbosch gevlucht. Tenslotte Cor Suijs is al maanden geleden naar zijn vriendin in Poeldijk gegaan en kan door het opgeschoven front niet meer terug naar Vlijmen. Cis maakt na de oorlog wel eens de grap door te zeggen: “Ik heb de oorlog overleefd doordat ik in Dachau aan het ‘logeren’ was.”

(einde fragment 4:)

(fragment 5:)

Cis Suijs komt op aan op het station van ’s-Hertogenbosch. Het staat vast dat dit op 22 mei 1945 is geweest. Immers de vrouwen zijn pas aan het einde van de dag van 21 mei in Oudenbosch aangekomen. Op 23 mei schrijft mijn moeder al over de thuiskomst van Cis. Mijn moeder woont dan met mij en mijn op 11 mei 1945 geboren broertje, op het adres Korenbrugstraat 12 in ’s-Hertogenbosch (haar ouderlijk huis).

Thuiskomst van Cis Suijs (vermoedelijk in Vlijmen) v.l.n.r. Nel Suijs-Rabou (mijn moeder), ernaast Hans Suijs (ikzelf) op de arm van tante Dré Suijs, in het midden Cis met mok en een soort plunjetas. (foto Collectie Hans Suijs, bron C2015-03-01a, bewerkt door fotograaf Jan Suijs een zoon van Cor Suijs)

Vanaf het station is het 5 tot 10 minuten lopen. Goede vrienden uit het verzet vangen Cis op en onderweg vertellen ze haar dat haar broer Herman is doodgeschoten en dat ze een neefje met dezelfde naam Herman erbij heeft gekregen. Ze weet op dat moment niet eens dat haar schoonzusje zwanger is geworden nadat zij was gearresteerd en naar Duitsland was afgevoerd. (Herman jr. is vernoemd naar zijn vader, maar ook de naam van zijn tante Cis komt in zijn voornamen voor.)

De jongste broer van Cis, Cor Suijs, verblijft op dat moment nog in Poeldijk bij zijn verloofde Riet Pauwels. Hij was in oktober 1944 naar Poeldijk gegaan. Plots schuift het geallieerde front op naar het Noorden en stopt bij de Maas. Hierdoor kan hij niet meer terugkeren naar Vlijmen. Ook na 5 mei 1945 is het voorlopig nog onmogelijk om terug te keren. De bruggen over de grote rivieren zijn kapot en er is geen treinverkeer. De twee werkende veerponten zijn louter bedoeld voor het leger en andere officiële transporten. Zijn terugkeer zal nog weken moeten wachten.

(prentjes: collectie Hans Suijs)

(einde fragment 5)

Eenmaal terug in Vlijmen pakt Cis de draad al weer snel op. Midden juli, nog geen twee maanden na haar thuiskomst wordt ze penningmeester van het Oranjecomité, dat diverse oranje-feesten gaat organiseren. Ook sluit ze zich aan bij een zangkoor, waarbij ze ook dikwijls als soliste optrad. Voorlopig woont ze met zus Dré in de Meliestraat bij de familie Koolen, tot ze samen een huis kopen aan De Akker 29. In november 1956 wordt dit huis verkocht en verhuist Cis naar ’s-Hertogenbosch. Ze trouwde met Harrie Veldhuizen, een weduwnaar met kinderen. Cis stierf op 7 april 1982 in ’s-Hertogenbosch en ligt begraven op begraafplaats Orthen.

Echo van het Zuiden 20 juli 1945 (salha kranten streekarchief)

Wat is er geworden van zus Dré en broer Cor? Dré huwde een klein aantal jaren voor Cis met een weduwnaar en ging ook in ‘s-Hertogenbosch wonen. Cor werd muziekleraar, pianoleraar en koordirigent in Boxtel (vele opnamen op de radio vanuit de Heilig Hartkerk van Boxtel) en werd later directeur van de muziekschool in Oss.

En hoe verging het Nel Suijs-Rabou, de weduwe van Herman?

(citaat uit een e-mail van Hans Suijs:)

“Mijn  moeder is altijd weduwe gebleven. In het begin kreeg ze nauwelijks een weduwen pensioen. Pas na 1965 werd dat wat beter. Tot aan die tijd was het erg goed zoeken om rond te komen. Toen het financieel beter ging waren mijn broer en ik al op eigen benen. Ze had wel het lef om in 1952 een vrijstaand huis te bouwen op de Vliert in ’s-Hertogenbosch. Op oudejaarsdag, haar verjaardag, was altijd het huis vol met gasten, waarbij tot heel lang na de oorlog ook haar verzetsvrienden kwamen feliciteren. Toen ze 25 jaar weduwe was heeft ze een feest gegeven om te vieren dat we het overleefd hadden. Direct na de oorlog heeft ze zich gestort op diverse vormen van vrijwilligerswerk en dat is doorgegaan tot het niet meer lukte. Op de ochtend van haar 77e verjaardag werd ze plotseling erg ziek en binnen een maand is ze toen overleden.”

(einde citaat)

In 1980 werd het verzetsherdenkingskruis ingesteld. Dit was een controversiële onderscheiding. Anders dan het verzetskruis was het geen Koninklijke maar een Nederlandse onderscheiding. Vele rechthebbenden vroegen het niet aan, omdat het “veel te laat en veel te weinig erkenning en waardering” was.

(citaat uit een e-mail van Hans Suijs: )

“Cis ontving het Verzetsherdenkingskruis evenals postuum haar broer Herman. Vermoedelijk is het door haarzelf of (waarschijnlijker) iemand uit haar gezin pas later aangevraagd voor haar en haar broer. Ik heb het in die tijd nooit gezien. Vermoedelijk zijn de onderscheidingen pas na haar overlijden op 7 april 1982 ontvangen. Thans zijn zij in het bezit van gedenkplaats Haaren.”

(Einde citaat)

Maar uiteindelijk mag een ding duidelijk zijn. Het vraagteken in de titel kan weg en moet zeker vervangen worden door een groot uitroepteken:

Cis Suijs, Vlijmense verzetsstrijdster !

Toch is en blijft het bijzonder vreemd, dat er in Vlijmen zo weinig bekend is over verzetsstrijdster Cis Suijs. Gezien de foto’s die gemaakt zijn bij haar thuiskomst moeten er toch mensen (geweest) zijn, die kennis hebben over wat haar is overkomen in de oorlogsjaren.

En ook welt de vraag op, of het na 75 jaar eindelijk niet eens tijd wordt om Cis Suijs (en broer en zus?) te eren met een straatnaam? Of, misschien nog wel mooier en toepasselijker, zeker nu het Plein waar zij vroeger woonde voltooid is, dit om te dopen tot het Cis Suijs Plein?

Mochten er lezers zijn, die meer weten en/of aanvullingen hebben op dit verhaal, dan verzoeken wij deze – mede namens Hans Suijs – contact op te nemen met de redactie van HalloHeusden via redactie@halloheusden.nl . In het bijzonder is Hans Suijs nog op zoek naar foto’s van de begrafenis zijn vader Herman Suijs.

Voor geïnteresseerden, die meer willen weten over de lotgevallen van de vrouwen die vanuit Vught naar Ravensbrück werden gestuurd: het boek ‘Met ere samen overleefd, steeds eensgezind gebleven’ van Hans Suijs, met daarin ook de belevenissen van zijn tante Cis. Het boek wordt verwacht eind 2019.

Twee keer de Akkerstraat in Vlijmen, links omstreeks 1935, rechts de huidige situatie.
Op beide foto’s is aan de rechterzijde van de straat het oude postkantoor te zien.
Aan de linkerzijde van de straat stond de woning van kleermakersfamilie Suijs (huis met de twee schoorstenen), nu ligt daar het Plein. (foto’s hvdol en particulier archief)

 

De Akker 29: in de beginjaren vijftig woonden hier de zusters Cis en Dré Suijs. Het rechter gedeelte werd van 1951 tot 1953 gehuurd door tandarts Reiring en later door Piet van de Wiel. In 1956 werd het huis door de zusjes verkocht. Tot 1957 stond achter de woning de molen van Cools. (foto’s particulier archief en Heusden in beeld, advertentie Echo van het Zuiden d.d. 5-11-1956)

Bronnen:

  • Informatie Hans Suijs (telefonisch en per e-mail).
  • suijs.org
  • Hans Suijs, Fragmenten uit het nog te publiceren boek “Met ere samen overleefd, steeds eensgezind gebleven”.
  • Algemeen Dagblad d.d. 30 april 2018, “Gouwenaar schrijft boek over 652 vrouwen in kamp Ravensbrück.”
  • Koninklijke Bibliotheek, Delpher.nl
  • Salha, StreekArchief Land van Heusden en Altena.
  • BIHC, Brabants Historisch Informatie Centrum.
  • Oorlogsgravenstichting
  • Heusden in Beeld, www.heusdeninbeeld.nl
  • Jan van Ommen, “De vrouwen van het AGFA‐Kommando in München.”
  • Wikipedia
  • Heemkunde van de Oostelijke Langstraat, hvdol.nl
  • NIOD, Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
  • Nationaal Monument Kamp Vught, kampvught.nl
  • kamparchieven.nl
  • Gedenkplaats Haaren, gedenkplaats-haaren.nl
  • Traces of War.nl
  • Go2war2.nl
  • Bart Beaard, Dorpswandeling Vlijmen
  • Expositie Joodse Geschiedenis en Heusden, Heemkundekring Onsenoort

Nog twee foto’s met daarop het (ouderlijk) huis van Cis Suijs.
Links een foto van net na 1900, genomen in noordelijke richting uitgegeven door Jan (Joh.) Suijs zelf! Waarschijnlijk poseert hij zelf (met bolhoed) voor zijn huis aan de Akkerstraat (foto hvdol).                           
Rechts een foto uit omstreeks 1920 genomen in zuidelijke richting (foto Heusden in beeld)

 

Reacties of aanvullingen op dit of vorige artikelen? Mail naar redactie@halloheusden.nl Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken

Foto’s zijn te vergroten door op het vergrootglas te klikken.

27-3-2019 © 2019, tekst Ben Libregts, foto’s zie bijschriften.

  

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee