optocht Vlijmen 1918
14 november 2018 |
0
0

“Niet rood, maar Oranje, Oranje, november 1918, Heus-Story 15

 

Op deze uiteraard zwart-wit foto van november 1918 is het niet te zien, maar de vaandels en de vele sjerpen gedragen door burgers, militairen, jong en oud zijn allemaal knaloranje. Wat bracht deze Vlijmenaren, zo statig gefotografeerd voor de mandenfabriek van J.Pulles, in die bewogen novemberdagen 100 jaar geleden tot actie en waarom kwamen met hen veel andere Brabanders en Nederlanders in beweging? Daarover gaat deze Heus-Story 15.

Brabant staat pal!

“Brabant staat pal!” aldus de kop van een hoofdartikel uit de Provinciale Noord-Brabantsche Courant, waarin het blad een regeringsproclamatie bespreekt, die “klinkt als een klok”. En wel als een stormklok om de burgerij van heel Nederland, “dus ook ons, Brabantsche arbeiders, landbouwers, kooplieden, industrieelen, op te roepen tot steun van recht en orde”.  Brabant, stelt de krant, staat vierkant achter de huidige regering, het volk wil géén revolutie, zoals socialistische voormannen als Troelstra en Wijnkoop die nastreven, het wil géén republiek. Over het ook voor Nederland dreigende revolutiegevaar plaatst een ander Brabants blad, Het nieuwsblad [met voor één keer de volledige titel] voor het land van Heusden en Altena, de Langstraat en de Bommelerwaard op 16 november een niet al te fraai, maar veelzeggend gedicht:

“Erger dan de Spaansche ziekte en de pest – of ik vergis me, woekert thans door heel Europa de bacil van Bolsjewisme. Die geïnfecteerd wordt met die bolsjewistische bacillen loopt met 40 graden verhitting als een gek op straat te gillen. … Ja zij vinden het gewichtig al wat recht staat af te breken en dengeen, die niet besmet is, zoo maar overhoop te steken. Kogels, schrikbewind en bloedraad, rooie hanen op de daken … neen, met zulk ´n `staatsherziening` kan ik mij geen vriendje maken. “

De schrijver van het gedicht  – what´s in a name – Bram van Brabant, noemt een dreigende socialistisch omwenteling erger en gevaarlijker dan de epidemische Spaanse ziekte, die – zoals al eerder in Heus-Story 10  beschreven  – ook in ons land  juist in die tijd duizenden dodelijke slachtoffers maakte. Met zijn angst voor en afkeer van een rood Nederland stond Van Brabant bepaald niet alleen. Dat zou duidelijk worden in de loop van wat later wel de “Rode Week“ is genoemd van  9 tot 16 november 1918.

De Rode Week

In Nederland heerst economische malaise, ondanks de gehandhaafde neutraliteit tijdens WO I wordt het land wel meegetrokken in de economische terugval van de omringende oorlogvoerende landen. Door toedoen van beide kampen krijgt de handel het bovendien  zwaar te verduren. Enerzijds beperken de geallieerden bewust hun aanvoer naar Nederland uit angst voor doorvoer naar Duitsland. Van de andere kant wordt menige Nederlandse koopvaarder getroffen door Duitse duikboottorpedo´s. De hieruit voortvloeiende schaarste van grondstoffen en voedsel probeert de Nederlandse regering wel tegemoet te treden met rantsoenering en distributie, maar een ruim florerende zwarte handel en alsmaar stijgende prijzen van ook de eerste levensbehoeften kunnen daarmee niet voorkomen worden. In de grote steden wordt honger geleden. De verslechterende voedselsituatie is ook een bron van onrust onder de half miljoen gemobiliseerde militairen, mannen, die slechts spaarzaam naar huis mogen en bovenal gefrustreerd raken door het  jarenlang niets doen. En dan zijn er ook nog de rondwarende besmettelijke ziektes als roodvonk, tyfus en vooral de Spaanse griep, die duizenden slachtoffers vergen.

Waar honger en onvrede heersen, ligt de revolutie op de loer. Was er in 1917 in Rusland niet al een geslaagde omwenteling en krijgen bij onze directe oosterburen arbeiders  – en soldatenraden niet steeds meer de overhand? Als  op 25 oktober gemobiliseerde soldaten in  legerplaats de Harskamp in opstand komen, lijkt de tijd ook hier rijp voor een “proletarische” revolutie. Dat is althans de inschatting van een deel  van de sociaaldemocratische SDAP onder leiding van Pieter Jelle Troelstra.

Troelstra 1912

hier vurig pleitend voor algemeen kiesrecht 1912 (foto IISG)

Op 5 november gebruikt Troelstra in de Tweede Kamer dreigende taal: “Bedenkt…dat een Regeering, die haar leger ten prooi ziet vallen aan muiterij [ de Harskamp], getoond heeft haar functie niet meer te kunnen behouden,…Staat gij wel stevig? Voelt gij niet langzamerhand, door de gebeurtenissen van de laatste tijd, dat gij staat op een vulkaan?”

De berichten in het daarop volgend weekend versnellen de gebeurtenissen. Op  9 november wordt bekend dat de Duitse keizer inderdaad is afgetreden en dat in Berlijn de sociaaldemocraten de republiek hebben uitgeroepen. Een dag later op zondag staat de gevluchte Wilhelm II mét gevolg aan de Nederlandse grens bij Eisden. Het is tegen deze achtergrond dat Troelstra op maandagavond 11 november 1918 zijn befaamde toespraak in Rotterdam houdt, waarin hij de arbeidersklasse oproept de macht te grijpen “die u in de schoot geworpen wordt”. De dag daarna herhaalt Troelstra zijn revolutionaire oproep nog eens in de Tweede Kamer: “Uw stelsel, mijne heeren, uw burgerlijk stelsel is vermolmd en het zal u moeilijk vallen, wanneer gij geweld wilt gebruiken, iets anders uit te lokken dan een geweld dat sterker is dan het uwe.” Ook autoriteiten als Zimmerman, de burgemeester van Rotterdam, gelooft dat de revolutie geen halt zal houden bij Zevenaar. Hij wil niet “met de rug naar de brand staan” en nodigt socialistische voormannen uit om te bespreken hoe bij een omwenteling “orde en regelmaat” in de stad gehandhaafd kunnen worden.

Tegenactie

De katholieke bisschoppen reageren snel. Nog op 11 november in een herderlijk schrijven, gedateerd “Sint Maarten 1918” roepen zij alle katholieken in Nederland op: zich op te stellen achter het gezag “door God gewild”, zich te keren tegen elke revolutionaire beweging en ook vurig te bidden, zodat God “deze nieuwe ramp” van ons vaderland zal afwenden. Het manifest wordt in een oplage van een half miljoen over het land verspreid en vanzelf in de geschreven pers.  De kolommen van de Echo op 17 november zijn verder voornamelijk gevuld met berichten en opiniestukken over de revolutiepoging. Zo meldt de krant dat alle andere partijen in de 2e kamer en daarbuiten inmiddels stelling genomen hebben tegen het drijven van Troelstra en de zijnen en dat de regering troepen heeft ingezet om de grote steden en belangrijke gebouwen te beveiligen. Ook is de Vrijwillige Landstorm opgeroepen. De krant spreekt het vertrouwen uit in de overheid en plaatst net als de hierboven al vermelde Brabantse bladen met instemming de regeringsproclamatie, waarin het kabinet behalve een krachtdadig optreden tegen de revolutie ook hervormingen aankondigt. In de bladen wordt verder gewag gemaakt van groenkleurige pamfletten die overal in den lande worden aangeplakt

anti-revolutie pamflet 1918

en ook van het volgende filmpje “waarschuwing tegen de revolutie”, dat in alle bioscopen en theaters wordt geprojecteerd:

 

“Men haalt al bakzeil” met deze vetgedrukte kop meldt de Echo: “in de Kamerzitting van Donderdag (14 november) begon Troelstra al terug te krabbelen en Vrijdag was Troelstra ziek en moest Schaper het woord doen en den aftocht blazen”. De 21e becommentarieert de krant, “wat te verwachten was is gebeurt, van de revolutie is niets gekomen”. Het blad benadrukt en huldigt de actieve rol die katholieke en christelijke standsorganisaties bij de organisatie van bijeenkomsten en de vorming van burgerwachten overal in den lande spelen. Uitvoerig wordt aandacht besteed aan de “ontzaglijke meetings” in Amsterdam en met name 18 november de Oranjemaandag op de “Maliebaan” in Den Haag: overweldigend, het gaat het voorstellingsvermogen schier te boven, nooit was er “een hartstochtelijker manifestatie van geestdrift, koningsgezindheid en vaderlandsliefde”.

Recht en Orde te Drunen

Ook Drunen neemt maatregelen tegen revolte en vóór een contrabeweging, meldt dezelfde krant. Zo is er onmiddellijk een comité van recht en orde opgericht en een burgerwacht gevormd, waarvoor zich reeds 120 personen hebben aangemeld. Georganiseerd door dit comité  heeft de burgerwacht onder leiding van voorzitter L. Bataille en secretaris L. van Halder op maandag 18 november een demonstratieve optocht gehouden. Onder begeleiding van harmonie de Volharding en de harmonie van de R.K. Jongelingen-Congregatie trokken honderden inwoners onder het zingen van vaderlandse liederen door de straten.

harmonie De Volharding Drunen

Harmonie De Volharding die de tekst “Het donkere zuiden, het ware licht” met zich meevoert.  Het zo vaak als donker verguisde zuiden, heeft geen behoefte aan het ´ware´ licht van boven de Moerdijk.

De mensen droegen grote borden mee met anti-revolutie slogans. Voor de woning van de burgemeester stopte de stoet. Waar de commandant van de burgerwacht, reserve 2e luitenant, H. Loeff de menigte geestdriftig toesprak. Hij schetste de misgreep van Troelstra, kantte zich fel tegen elke omverwerping van het door god gestelde gezag en beloofde tenslotte trouw aan vorstenhuis, koningin en regering. Een donderend applaus bekrachtigde deze woorden. De muziek zette het Wilhelmus in, de burgerwacht presenteerde het geweer en de menigte zong spontaan mee. Zo had Drunen op deze bewuste maandag zijn eigen ´Malieveld-meeting´

Troelstra in Vlijmen ‘gekooid’

De R.K. stands – en vakorganisaties hebben inmiddels een hoofdcomité van actie gevormd, dat door een via de pers verspreidde circulaire oproept tot een landelijke actiedag op 23 of 24 november: “Nu de omwenteling duidelijk een fiasco is geworden, is het nodig dat door heel het land een schitterende manifestatie plaatsgrijpt, waarbij heel ons Roomsch en Christelijk volk zijn trouw betuigt aan het Koninklijk Gezag”. De circulaire vervolgt verder met  aanbevelingen ´en detail` hoe de plaatselijke organisatie en of comité het best te werk kan gaan. Neem de leiding en vraag alle Katholieke en Christelijke organisaties. Pleeg overleg met de burgemeester. Vraag toestemming voor optocht en muziek. Zorg dat die dag door heel de gemeente gevlagd wordt en dat iedereen oranje draagt enz … “Heel Nederland moet getuigen, dat de roode vlag niet de Nederlandsche is, maar dat wij trouw blijven aan Oranje”.

optocht Vlijmen 1918

Aan de foto te zien [op de wat moeilijk leesbare banner] heeft ondermeer de R.K. Houtbewbond Sint Jozef afd. Vlijmen deze richtlijnen keurig opgevolgd. Met sjerpen getooid volk en veel vlagvertoon trekt een heuse Oranje optocht door Vlijmen van de Vlijmense Dijk via De Akker naar het gemeentehuis. Boven de hoofden uit torent de bovenkant van wat een een praalwagen blijkt de zijn. Op het dak ervan is een beest in een kooi te zien, mogelijkerwijs de gevangen ´rode haan´.

optocht in Vlijmen 1918

Hoe dan ook de praalwagen is van het kwartier De Wolput en stelt de gekooide Troelstra voor naast een andere revolutionair. De kooi waarin de socialistische voorman gevangen zit is – pikant detail – van brandhout en gemaakt door mandenmakerij Van Iersel / Van Buul.

Ludiek en treffend hoe de Vlijmense Wolput hier ´de mislukte revolutie van Troelstra´verbeeldt. Zo mondde de Rode Week uiteindelijk uit in landelijke Oranje-manifestaties en leek zeker niet Troelstra, maar Wilhelmina en de monarchie de grote overwinnaar van de novemberonrust. De ´vergissing´van Troelstra leidde echter wel tot versnelde sociale wetgeving. Het confessionele kabinet Ruys de Beerenbrouck kwam al  in 1919 met de 45-urige werkweek, terwijl een voorstel voor een werkdag van 10 uur in 1914 nog geen schijn van kans maakte.

Tekst en foto´s frank durant

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee