20 oktober 2018 |
0
0

Ben je nou helemaal verloederd?!

Wie afgelopen donderdagavond in de cultuurtoren Honsoirde (Mariënkroon) dacht lekker samen met taalkundige Jan Stroop te kunnen klagen over de verloedering van onze taal, kwam bedrogen uit. Op humoristische wijze laat de 80-jarige sociolinguïst zijn – voornamelijk witte 50-plussers – publiek kennismaken met de begrippen goed en fout in de taal. En, voor menigeen verrassend, met onze gedegen kennis van de grammatica waarover we, zegt Stroop, al beschikten nog vóór we in de schoolbanken mochten aanschuiven.

Met verschillende testjes met zijn toehoorders maakt Stroop zichtbaar dat niet alleen zij maar ook de meeste Nederlanders een zin als Dat is een mooie meisje vreemd vinden klinken, evenals: Ik ga morgen kopen in de winkel een boek. Dat is opvallend, want veel mensen hebben helemaal geen moeite met zinnen als: De leeuw is groter als de poes, Hun praten er steeds tussendoor en Je kan me nog meer vertellen.
Volgens Stroop leren we de grammaticale regels al vóór we zelf gaan praten. Baby’s en peuters die nog niet kunnen praten, kunnen wel luisteren en passen als klein kind al de systematiek van de zinsbouw toe, identiek aan die van de volwassenen. Ons grammaticale systeem, valt op te maken uit de toelichting van Jan Stroop. Dat mag zo zijn, maar waarom dan toch die ergernis bij veel mensen over de tweede categorie zinnen uit de vorige alinea?

Mislukte invoering van hun/hen
Volgens Stroop heeft dat alles te maken met andere, kunstmatig grammaticale regels, vastgelegd in 1625 door Christiaen van Heule in de Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst. Zijn opzet was om de Nederlandse taal op dezelfde manier als het Grieks en het Latijn te beschrijven, waarbij hij ook een setje naamvalsvormen presenteerde. Maar die kunstmatige naamvallen zitten niet in het systeem van de Nederlandse taal en dat verklaart waarom er zo veel ‘mis’ gaat. “Feitelijk”, zegt Jan Stroop, “is de invoering van hen/hun in het meervoud mislukt, want er is geen Nederlander die dat kunstmatige onderscheid beheerst, ondanks eeuwenlange instructie. Zelfs degene die de regels goed onder de duim heeft, moet in ieder geval een fractie van een seconde nadenken bij de zin: De jarige geeft hen/hun allemaal een traktatie mee naar huis. In zijn toegankelijke boek: Die taal, die weet wat. Over wat kan en niet kan in het Nederlands, schrijft Jan Stroop: “(…) de opkomst en de populariteit van hun hebben vormen het bewijs dat hun als onderwerp past binnen het systeem van het Nederlands.”

Schoolregels
We hebben de grammaticale regels van Van Heule weliswaar allemaal (in afgezwakte vorm) op de lagere school / basisschool geleerd, het is weinigen gegeven ze correct toe te passen. Taalkundige Stroop heeft geen moeite met ‘hun hebben’, of, anders gezegd: hij heeft er geen mening over. Dat is voor sommige toehoorders moeilijk te pruimen, want waarom anders word je op school op je vingers getikt als je zegt dat Kees groter is als ik? Of, doodzonde, als Kees groter is als mij?

Dagelijks taalgebruik
Taalwetenschap schrijft niet voor hoe iets gezegd moet worden, maar doet onderzoek naar en beschrijft het dagelijks taalgebruik van mensen. Desondanks is het in het sociale verkeer soms verstandiger woordgroepen als ‘hun hebben niet opgelet’ te vermijden, adviseert Stroop. Simpeler gezegd: pas de grammaticale regels toe zoals je die op school hebt geleerd, bijvoorbeeld als je een sollicitatiebrief schrijft. En let op je werkwoordspelling. Die regels kan iedereen leren en dus ook toepassen, is zijn stellige overtuiging.

Het is duidelijk dat we deze avond te maken hebben met een taalwetenschapper, geen onderwijzer of leraar Nederlands met een vermanend vingertje, hoewel Stroop in een ver verleden wel voor de klas heeft gestaan. Zie daarvoor www.janstroop.nl/levensloop/. Daarnaast is Stroop een aantal jaren werkzaam geweest bij het Meertensinstituut, dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van de Nederlandse taal en cultuur. Zie: www.meertens.knaw.nl/cms/nl/. Als het niet zo oneerbiedig was, zouden we Stroops werkzame leven kunnen persifleren in de woorden van Paulien Cornelissen: Taal is zeg maar echt zijn ding.

20-10-2018 (c) tekst Dimph Vos

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee