Omgekeerd inzamelen kent mee- en tegenvallers

In 2017 werd het omgekeerd inzamelen fasegewijs ingevoerd. Afgelopen dinsdag werd in de informatievergadering Bestuur en Beheer de evaluatie van dit ingrijpende besluit besproken en (zoals vaker gebeurt in dit soort situaties) er blijken zowel positieve als negatieve effecten te zijn. Er waren in principe twee hoofddoelstellingen bij de invoering van het nieuwe systeem: het bereiken van een betere afvalscheiding en het nieuwe systeem mocht niet duurder uitvallen. Die twee hoofddoelstellingen zijn ook inderdaad gehaald; daarover verderop meer. Er zijn echter ook negatieve effecten zoals meer dumping van afval in het buitengebied, bijplaatsingen bij de ondergrondse containers en (meer?) zwerfafval in de openbare ruimte, met name in het buitengebied.

In hoeverre die negatieve effecten te maken hebben met het invoeren van het omgekeerd inzamelen is de grote vraag. Dumping van afval in het buitengebied is niet nieuw; dat kwam voorheen ook al vrij vaak voor en vaak gaat het om grof afval dat sowieso niet in een afvalcontainer zou passen, laat staan in een plastic afvalzak. Oude banken, oude keukens, koelkasten en noem het maar op; afval dat naar de milieustraat moet en daar vaak gratis en anders tegen toch beperkte kosten kan worden ingeleverd. Maar ja, men geeft duizenden euro’s uit aan een nieuwe keuken, maar een paar tientjes om de oude keuken op te ruimen is kennelijk te veel. Zwerfafval (blikjes, verpakkingen, flesjes e.d. in de berm) is ook geen nieuw probleem; ook dat heeft niks te maken met het omgekeerd inzamelen. De bijplaatsingen bij de ondergrondse containers natuurlijk wel en daar zullen dus gepaste maatregelen voor genomen moeten worden. Gelukkig doet meer dan 90% van de mensen het keurig, maar die 10% verpest het voor de rest en zorgt voor veel ergernis en extra kosten.

Een van de hoofddoelstellingen was een milieudoelstelling: zorgen voor meer afvalscheiding, goed voor het milieu, maar ook kostenbesparend (want inzameling en verwerking van restafval is erg duur). Die doelstelling is meer dan gehaald; de Heusdense inwoners doen het wat dat betreft voortreffelijk. De ambitie was om de hoeveelheid restafval (incl. grof afval milieustraat) terug te brengen naar 85 kg in 2018 en naar 75 kg in 2020. Het ziet er naar uit dat we die doelstelling in 2018 al meer dan ruimschoots overtreffen. Vermoedelijk komen we uit op 55 kg restafval per inwoner. Tegelijkertijd zie je een enorme stijging van het GFT-afval (+47%) en vooral PMD-afval (+112%!). Voor meer gedetailleerde informatie verwijs ik u graag naar het document Evaluatie Omgekeerd Inzamelen op de actueelpagina van deze situatie. Wat de milieudoelstellingen betreft dus uitstekende resultaten.

De financiële doelstelling is in principe ook gehaald, zij het niet in die mate waarin verwacht bij de invoering. Het nieuwe systeem mocht niet duurder zijn dan voorheen. Volgens de financiële paragraaf in de evaluatie vallen de structurele kosten van het omgekeerd inzamelen ca. twee ton per jaar lager uit. Ook de burger is in 2018 een stuk goedkoper uit; de totale opbrengst van de afvalstoffenheffing, betaald door onze inwoners, daalt met bijna vier ton. En daar zit nu net de disbalans: de opbrengsten dalen veel harder dan de kosten, mede een gevolg van het feit dat de inwoners veel minder restafval aanbieden dan verwacht. Er worden gewoon veel minder zakken in die afvalcontainers gegooid. Daarnaast zijn de eenmalige invoeringskosten van het nieuwe systeem veel hoger geweest dan begroot. Daar komt nog eens extra bij dat de afvalstoffenheffing in de afgelopen jaren ook al niet kostendekkend is geweest zodat het potje voor dit doel (de egalisatiereserve) al enkele jaren meer dan leeg was. De reserve was al negatief vóór we aan het omgekeerd inzamelen begonnen. Eind 2018 zal dat tekort zijn opgelopen tot bijna 1 miljoen euro!

Om dat weer recht te breien moeten er meer inkomsten gegenereerd worden. De makkelijkste optie is dan kiezen voor een verhoging van het vastrecht: dan ben je zeker van de extra inkomsten en iedereen betaalt mee. Dat vastrecht is nu al erg hoog (ruim 118 euro per adres); een verdere verhoging past wat mij betreft niet bij het principe “de vervuiler betaalt”. Want waarom zou een bewoner van een relatief kleine rijtjeswoning hetzelfde moeten betalen voor het GFT-afval van een bungalowbewoner met zijn grote tuin? Bovendien zou van een verhoging van het vastrecht geen enkele prikkel uitgaan om zuiniger en efficiënter te werk te gaan. Eén van de oorzaken van de hogere kosten is namelijk, dat mensen hun containers veel te vaak aan de straat zetten, ook al zijn ze maar half vol. De gemeente betaalt per lediging en dat maakt het systeem dan veel duurder dan strikt noodzakelijk. Daarom ligt mijn voorkeur bij een andere optie:  tarieven instellen voor de GFT-  en PMD-container. In de evaluatie wordt een tarief genoemd van één euro voor de kleine container en € 1,50 voor de grote container. Op die manier kunnen we in een periode van vier jaren de afvalstoffenheffing weer kostendekkend maken, de egalisatiereserve wordt weer positief en van die tarieven gaat in ieder geval een prikkel uit om de containers niet onnodig aan de straat te zetten. Ook de invloed op het scheidingsgedrag zal minimaal zijn, want restafval blijft met een tarief van € 2,30 per inworp van één zak nog veel duurder.

De evaluatie bevat ook de resultaten van een bewonersenquête; daaruit blijkt dat de meeste inwoners dik tevreden zijn met het nieuwe systeem van inzamelen. Het overgrote deel van de inwoners geeft het nieuwe systeem een voldoende rapportcijfer zoals uit de afbeelding hierboven  blijkt.

Kees Musters

Drunen, vrijdag 31 augustus 2018

Volg mij ook met korte berichtjes op:     www.twitter.com/keesmusters

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee