Fietsen langs de Zuiderwaterlinie

Om zoveel mogelijk aandacht te genereren voor de linie van vestingsteden, die als een 200 km lange keten van west naar oost door onze provincie slingert, zijn vijf fietsroutes uitgezet. We laten de met veel zorg gemaakte folders niet onderop de welbekende stapel liggen. De Stelling van Willemstad is ons eerste doel.

Het stervormige stadje ligt op de kop van het Hollands Diep en het Volkerak pal aan de drukke vaarroute. De Lantaarndijk biedt ruim voldoende parkeerruimte en een mooi uitzicht op de sluis en de vrachtschepen. Willemstad ligt te pronken in de zon. We fietsen het stadje in voor een startpauze met koffie op het gezellige terras van het Wapen van Willemstad, pal aan een binnenhaventje. Een gezin met jonge kinderen wandelt langs. De papa vertelt aan zijn dochtertje over de Spaanse koning die heel Nederland wilde veroveren. “Want de Spanjaarden waren heel rijk, ze hadden goud gevonden in Amerika.” Gaaf, iemand die nog iets weet over de historie en zijn kinderen daarmee laat opgroeien.

De zon brandt al flink, ook al is het pas tien uur. We passeren een opmerkelijk kunstwerk gemaakt van aarde en naderen vervolgens de Bovensluis. Een belangrijke schakel in de Stelling van Willemstad omdat via deze sluis bij vloed water vanuit het Hollands Diep de achterliggende polder in kon stromen. We naderen een volgend stadje, Klundert, gemeente Moerdijk. Is dit niet de gemeente waarheen onze voormalig Heusdense wethouder Klijs vertrokken is? Wat een schattig plaatsje ook. Zo vroeg op de dag is het nog stil en het terras op het water van de vroegere binnenhaven is nog leeg. Het stadhuis met zijn trapgevels en luiken werd in opdracht van prins Maurits in 1621 gebouwd. We fietsen verder met zicht op het gerestaureerde kroonwerk De Suikerbergh. Achterom kijkend zien we nog de gemetselde dam, de Stenen Poppen, uit 1583 die bedoeld was om zoet en zout water van elkaar gescheiden te houden.

Daarna gaat het over de dijken langs uitgestrekte polders en boerderijen. Ik krijg associaties met de schilderijen van Van Gogh, het voelt alsof we in Zuid Frankrijk tussen hoogzomerse akkers rijden. Geel is de hoofdkleur. Alleen de platanen mis ik, die wat schaduw zouden kunnen geven. Op stukken dijk gelukkig wel grote essen die wat verkoeling brengen. Voor Zevenbergen draaien we zuidwaarts en voelen we de middaghitte op ons gezicht en armen. We kijken uit naar een terrasje maar niets van dien aard. Na ongeveer 14 km stevig doortrappen zien we op ons kaartje dat we na de eerstvolgende brug over de Dintel naar het plaatsje Stampersgat kunnen rijden. Daar aangekomen moeten we constateren dat de naam ‘gat’ wel degelijk van toepassing is. Een enorm kerkgebouw, een mini haventje en verder niets. We moeten dus verder en een zestal hete kilometers later zien we op een kruisinkje bij het gehucht Heijningen Eethuis Grill De Polder. Normaal niet onze keuze maar nood breekt wetten en het pakt gelukkig goed uit.

Een koele dronk en een uitsmijter gaan erin als koek en we komen weer op krachten. We volgen het bordje ‘Watersnoodmonument’ waar te zien is dat in februari 1953 ook hier tientallen slachtoffers vielen. De laatste tien kilometers komen eraan, met de belofte van twee monumentale forten. Het oorspronkelijk Franse torenfort L’Enfer, later ‘De Hel’ genoemd, is gesloten, het ziet er maar uitgestorven uit met wat rommelig opgestapelde tafels en stoelen. Op naar Fort Sabina dan maar. Hier aangekomen krijgen we een gevoel of we ergens in Italië zijn, de hitte hangt tussen de restanten van het dertien hectare grote voormalige vestingwerk uit de tijd van Napoleon. Het gras is droog en geel, steentjes knarsen onder de schoenen. Hoog op de ‘dubbele caponnière’ (extra hoog bastion) geklommen zie ik een vrachtschip door het water glijden. Samen met het Fort Prins Frederik aan de overkant van het Volkerak was er geen doorkomen aan voor de vijand. In de tijd van Napoleon kwam die niet uit Spanje maar uit Engeland.

Op de binnenplaats vinden we De Kletsmajoor, een horecagelegenheid met zitjes onder de bomen. We nemen nog een colaatje met veel ijs en maken een praatje met de vriendelijke serveerster. Een jonge vrouw die ons enthousiast overlaadt met foldermateriaal. Fort Sabina is met recht het ‘best bewaarde geheim van West Brabant’. Kortom, deze fietstocht was een heel geslaagde besteding van een warme zomerdag. Vechtend tegen de vermoeidheid en de slaap die ons overvalt als we weer in de auto zitten, rijden we tevreden weer oostwaarts. Met veel zin in de volgende route.

6 augustus 2018 (c), Tekst en foto’s Annelies van der Sanden

 

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee