10 juli 2018 |
0
0

De renovatie van een religieus kunstwerk

Donderdag 5 juli werd het resultaat van een zeer omvangrijke restauratie van de kruiswegstatie van de Haarsteegse St. Lambertuskerk aan het publiek vertoond. Uitvoerig is in de media verslag gedaan hoe dit huzarenstukje van de Nimeta-vakschool uit Utrecht tot stand kwam. Om te weten te komen hoe het kwam dat dit kunstwerk van Herman van der Geld in verval raakte moet je de voorgeschiedenis kennen. En dan kom je terecht bij de vooroorlogse generatie, waarvan ik deel uitmaak.  \

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het dorpsbeeld van Haarsteeg sterk gebonden aan de parochie Sint Lambertus. De herder waakte over het doen en laten van zijn schapen. Anders gezegd: de pastoor was de baas van zijn parochie en pastoor van Noort waakte over het zielenheil van zijn parochianen. Dat deed hij met verve. Hij was een nijdig manneke, die zijn geloofsargumenten kracht bijzette door met zijn vuist regelmatig op de rand van zijn preekstoel te beuken. Toen zijn gezag begon te tanen vanwege de bevolkingsdrang naar versoepeling werd tegen zijn verbod in Haarsteeg voor het eerst gemengd toneel gespeeld. De pastoor had dat steeds verboden. Toneel mocht, maar alleen met mannenrollen. Vrouwenrollen werden tot dan toe gespeeld door mannen in travestie. Zulke gezagsondermijnende toestanden kon de pastoor niet langer verdragen. Hij vertrok.

Hij werd opgevolgd door pastoor Serrarens. Deze hield zich minder bezig met alledaagse parochieactiviteiten. Hij was theoretisch ingesteld en gefocusseerd op de liturgische aspecten van het leiderschap. ‘Dat moet je zien, met de ogen van het geloof’, was een van zijn gevleugelde uitspraken. Hij vond dat de aandacht van zijn parochianen niet afgeleid mocht worden door het rijkelijk versierde kerkgebouw. Pracht & Praal waren overbodige elementen, die de verkondiging van het woord in de weg stonden. Hij gaf opdracht het kerkgebouw te ontdoen van beeldende kunst. Preekstoel en communiebank verhuisden naar de zolder en ‘een eenvoudige lessenaar’ verving het fraaie altaar. De witkwast ging over de fraaie in pasteltinten uitgevoerde pilaren. De pilaarheiligen verloren hun vaste plaats en werden verbannen naar de eveneens spierwitte zolder. De kruiswegstatie mocht in functie blijven. Maar ook hier ging de witkwast over dit waarlijk kostbare werk van kunstenaar Herman van der Geld. Al met al een beeldenstorm gelijkwaardig aan de protestantse versie in de zestiende eeuw.

Toen pastoor Serrarens vanwege zijn leeftijd vertrok werd hij opgevolgd door pastoor Geurts en later Nabuurs. Nostalgie naar de vroegere staat van het kerkinterieur stak de kop op. Langzamerhand werden de meeste verdwenen werken weer teruggeplaatst in het kerkgebouw. Wat bleef was de nostalgie naar de kunstwerken van Van der Geld. Met name de kruiswegstatie scoorde hoog in de belangstelling.  Gezocht werd naar artiesten welke deze in hun oude staat terug konden brengen. Steeds stuitte men daarbij op de hoge prijs die hiervoor moest worden betaald. Totdat men in contact kwam met het Nimeto-college in Utrecht. Hier zag men een unieke kans om leerlingen aan het werk te zetten om de beelden van hun witte laag te ontdoen en het oorspronkelijke beeld op luisterrijke wijze te herstellen. Al spoedig kwam men tot de conclusie dat men hier te maken had met een uitzonderlijke opdracht. Dit uiterste secure werk moest heel omzichtig met veel gepriegel geschieden. Maar na maanden doorwerken kwam men tot de ontdekking dat men hier te doen had met een uitzonderlijk mooi werkstuk van Van der Geld. Op donderdag 5 juni werd het publiek in staat gesteld het resultaat te komen bewonderen.

10-7-2018 tekst André van der Heijden, foto’s Ad van Kessel

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee