Van chemie naar Noorse boskatten

Wat brengt emigranten ertoe huis en haard te verlaten en hun heil elders te zoeken? Eenmaal gearriveerd en gesetteld, wat valt dan op? Wat zijn de overeenkomsten in taal en cultuur, wat de verschillen? Zijn ze gelukkig of verlangen ze soms toch naar hun oorspronkelijke thuis? Deze keer spreken we met Renée Lanser-Weissbach, Duitse van afkomst, vanaf haar geboorte internationaal georiënteerd, sinds 2006 woonachtig in Vlijmen en eigenaresse van haar Noorse poezen- en kattenfokkerij www.titrans-cattery.com

De liefde bracht Renée naar Nederland, haar Noorse boskatten nam ze met zich mee. Het huis in Vlijmen dat ze samen met haar kersverse man Pieter kocht, gaf haar volop de gelegenheid niet alleen de katten te herbergen en het aantal doelmatig uit te breiden, maar ook om haar internationale werkzaamheden vaarwel te zeggen. Een bijzondere keuze, zeker als je bedenkt dat Renée niet alleen een mastergraad in de economie maar ook een MBA (Master of Business Administration) heeft behaald en een zeer goedlopend eigen bedrijf had. Bovendien beheerst ze twee talen uitstekend: Frans en Duits, terwijl ze Engels en Nederlands tamelijk vloeiend spreekt.

Odyssee
Renée had tot ze in Vlijmen kwam wonen een ware odyssee achter de rug: “Enkele maanden voor mijn geboorte verhuisden mijn ouders (vader werkte in de petrochemie) van Duitsland naar Luxemburg, later naar Zwitserland en Italië, waarna ze zich in mijn 4e levensjaar voor enkele jaren in Brussel vestigden.” Ze werd naar een Franstalige kleuterschool gestuurd omdat die het dichtst in de buurt was; thuis spraken ze Duits. “Groot was de ontsteltenis van mijn ouders toen ik de eerste dag thuiskwam met het Notre Père (Onze Vader), het eerste wat ik had geleerd.”

“Een deel van mijn middelbare school volgde ik in Parijs, later in Brussel, waarna ik aan de universiteit van Brussel economie ging studeren die ik afrondde in Londen. Kortom, dé manier om talen te leren en hersenen te activeren. Een nadeel van zo veel talen spreken is vaak, dat de woordenschat van íedere taal niet voldoende toereikend is. Gelukkig is lezen mijn grote hobby, iets wat dat gemis eenvoudig oplost”, vertelt Renée – en gezien hun enorme privébibliotheek verbaast dat niet. “Behalve lezen delen we ook de liefde voor zeilen én voor fotograferen.”

Crisismanagement en herstructurering
Renée begon haar loopbaan in de chemie, waarna ze in de metaalverwerkende, bouw- en papierindustrie terechtkwam, werelden waarin ook haar vertaalwerkzaamheden werden gewaardeerd. Zo kwam ze onder andere in New York, Chicago en Boston, waar ze een MBA-graad in management behaalde. In 1997 startte ze haar eigen bedrijf in crisismanagement, coaching en consulting in Brussel, zodat ze haar moeder, intussen weduwe geworden, daar tot steun kon zijn. Haar specialiteiten waren crisismanagement en herstructurering, zowel in kleinere bedrijven als in multinationals. Zo reisde ze de hele wereld af en verbleef ze in menig hotel bij luchthavens.

“Het was een bijzonder boeiende periode in mijn leven”, vertelt ze, “maar wel een die veel energie en tijd vroeg. Dat is zonder partner goed te doen, maar toen Pieter in mijn leven kwam en wij besloten te trouwen, toen was de keuze snel gemaakt: geen verre reizen meer, geen ‘grote branden blussen’ als het management in crisis verkeert en tussendoor tijd inplannen om zo’n drie keer per jaar poesjes te kunnen fokken.” Het roer ging om, nu werden het partner Pieter en poezen die al Renées aandacht kregen.

Wortelen niet per se plaatsgebonden
En dus bestaan Renées werkzaamheden sinds 2006 uit het fokken van Noorse boskatten, prachtbeesten die in huis alle speelruimte en veel liefde en aandacht krijgen. Poezen fokken is een bijzondere taak die Renée soms wekenlang van haar nachtrust berooft. “Als de melkproductie bij de moederpoes niet op gang komt of er andere omstandigheden zijn, dan betekent dat bijna vier weken lang de kleintjes met pipetjes en later flesjes voeden, elke dag en nacht en om de twee uur. Gelukkig is dat maar bij uitzondering het geval.”

Je zou kunnen zeggen dat Renée nergens heeft kunnen wortelen, maar niets is minder waar. “Mijn wortels”, zegt ze, heb ik gevonden in de cultuur en in mijn relatie. Ik ben niet streekgebonden, al voel ik me wel thuis in Vlijmen. Het enige waar ik niet aan kan wennen, is het lange wachten in sommige winkels, omdat daar het uitwisselen van de buurtwederwaardigheden gaat boven het bedienen van de wachtende rij klanten.”

30-04-2018 (c) tekst Dimph Vos, foto’s Renée en Pieter Lanser

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee