Mooiste Brabantse woord: Dèganogal

Een dialectevenement, wat moet je je daar bij voorstellen? Het bleek een vermakelijke en interessante avond voor een zaal vol Brabanders, lekker onder ‘mekaore’.

Speciaal programma
Heemkundekring Onsenoort organiseerde eerder dergelijke avonden met als belangrijkste spreker Yoïn van Spijk, een zevenentwintigjarige taalkundige die zijn publiek geroutineerd weet te boeien. Verdere optredens worden verzorgd door zanger Legs Boelen uit Nieuwkuijk, Joep Trommelen uit Waalwijk en Adrie Verboord uit Vlijmen. “Het programma is speciaal voor deze avond samengesteld”, vertelde de voorzitter.

De juiste toon
Legs Boelen weet met zijn warme stem en tongval te ontroeren en zet daarmee meteen de juiste toon. “Nieuwkuijk zo smerges, dè ziede nerges, dè rukte, dè hurde, dè vülde nerges, Nieuwkuijk, wè zedde moi”. Ook met “es ’t spokt in ’t Vlijmens Ven” krijgt hij de handen op elkaar.

Beschaafd of plat
Dan gaat Yoïn met de toehoorders door de geschiedenis, startend 2000 jaar geleden, als ‘wij allemaal’ nog Germaans spreken. Door de eeuwen heen, splits deze taal zich op in drie hoofdgroepen: Friezen, Franken en Saksen. Deze bevolkingsgroepen hebben weinig contact met elkaar en verstaan elkaars taal ook niet meer. Zo’n 500 jaar geleden komt daar verandering in en komt er behoefte aan een eenheidstaal. Deze ontwikkelt zich daar waar de elite het voor het zeggen heeft, in Holland. Als het Algemeen Beschaafd Nederlands zich begint te laten gelden, zorgt dit ook meteen voor een statusverschil, want het dialect, de moedertaal waarin men tot dan toe opgroeide, wordt als minder beschaafd of boers gezien.

Tweetaligheid
Terwijl het dialect, en de vele variaties daarin, toch zulke mooie en soms zelfs ingewikkelde talen zijn. Yoïn laat met voorbeelden zien, dat daarin zelfs nog gebruik wordt gemaakt van naamvallen. Intussen wil het met dat nieuwe Nederlands ook nog niet erg vlotten. Honderdtwintig jaar geleden spreekt nog maar 5% van de bevolking ‘beschaafd’. Omdat er steeds meer verstedelijking optreedt, het vervoer beter wordt en radio en tv opkomen, groeit de behoefte aan een gezamenlijke taal die het saamhorigheidsgevoel aanwakkert. Kinderen worden steeds vaker in het Nederlands opgevoed, omdat ouders denken dat dit beter is voor de toekomst van hun kroost. Nu weten we, dat tweetaligheid ook zeker voordelen heeft. Wie eenmaal twee talen spreekt, leert makkelijker een derde of een vierde.

Dialect mag weer
In de tachtiger jaren van de vorige eeuw komt er een kentering, dialect spreken mag weer en muziekgroepen als Rowwen Hèze en Normaal nemen daarin het voortouw. En dat is maar goed ook, want niet spreken heeft ‘taaldood’ tot gevolg. De renaissance van het dialect ontketent nieuw onderzoek en inventarisatie van de vele dialecten die in Brabant nog gesproken worden. Het Meertens Instituut houdt zich daarmee bezig. Maar het vrijuit spreken van het eigen dialect blijkt toch nog altijd iets minder vanzelfsprekend te zijn. Onder ‘mekaar’, in de intimiteit van eigen volk wel, maar voor een zaal ligt het toch anders. Dat merken ook Joep Trommelen en Legs Boelen als ze met elkaar in gesprek gaan. Maar, zegt Legs, “ik zing gewon gère in ’t Brabants” en dat gaat hem prima af.
Na de pauze gaat Yoïn verder in op geografische verschillen die optreden in de dialecten in de Langstraat. Het publiek hangt aan zijn lippen en laat zich graag uitdagen om een in het Nederlands gestelde zin uit te spreken in het eigen dialect. Zo heeft de een het over kèènder, de ander of kender en derde vertaalt kinderen met kijnder. Als je weet waar de isoglossen, oftewel taalgrenzen lopen, dan herken je of iemand uit Ketsheuvel, dan wel uit Elshout afkomstig is. Ook toont de taalkundige aan, dat de verschillende dialecten steeds meer richting het Nederlands schuiven, verwateren wordt ook wel gezegd. In de zaal ontstaan spontaan discussies en geroezemoes, terwijl toehoorders elkaar laten horen hoe hun eigen dialect klinkt.

Met plat praote iemand plat lulle
Adrie Verboord doet een geslaagde poging met zijn in plat Vlijmense uitgesproken column. Adrie is als kind opgegroeid in dit dialect. Eenmaal op ’t Moller in Wolluk was dat voorbij. Daar was hij een boerke met zijn Vlijmense tongval. “Maar”, besluit hij lachend: “Wij hadden altijd centen en hullie alleen mar protjes”. Joep Trommelen vraagt nog even door over de plannen om het dialect van de streek op geluidsdragers vast te leggen, de enige manier om de taal te bewaren voor de toekomst.

Woordenboek
Yoïn vertelt dat Marja Kivits bezig is met een woordenboek van het Vlijmens en Haarsteegs dialect. Zelf wil hij de grammatica van de Langstraatdialecten onderzoeken en in boekvorm vastleggen. Nog een keer luisteren we naar Legs die met “gij het zon gek effect op mèn” de zaal aan het zingen krijgt. De gemiddelde leeftijd der toehoorders is dan ook zodanig dat voor de meesten het ‘strange effect’ van Dave Berry nog vertrouwd in de oren klinkt. Tevreden begeven allen zich naar huis, of hüs of hoes, om ’t even.

24 januari 2018, tekst Annelies van der Sanden, foto’s Ad van Kessel

Vorige
Volgende
Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Praat mee